Pastoraal - Kerkenraad - Algemeen
Waarom een ‘kerkenraad’?
Wel, je zou kunnen zeggen: iedere ‘organisatie’ heeft een bestuur of college nodig, dat zaken stimuleert en coördineert. Zo gaat het ook in de kerk. Degenen die het leven en werken van de gemeente stimuleren en coördineren, vormen samen de ‘kerkenraad’ . Nog meer in overeenstemming met de Bijbel is het om te zeggen: Jezus Christus geeft aan de kerk dienaren om de gelovigen toe te rusten tot dienstbetoon. Christus geeft deze dienaren op de manier van een verkiezing. Want de belijdende leden van de gemeente kiezen iemand (meestal vanuit een tweetal) tot het ambt. En ‘ambt’ is een wat ‘duur’ woord voor: taak, functie.
Wie hebben zitting in de kerkenraad?
Elke Christelijke Gereformeerde kerkenraad telt drie ambten, elk met een eigen taak. De dragers van die ambten vormen samen de kerkenraad. Afhankelijk van de grootte van de gemeente hebben er meer of minder leden zitting in de kerkenraad. De drie ambten of taken zijn die van ouderling, diaken en predikant.
De ouderlingen (in sommige vertalingen van de Bijbel worden zij ‘oudsten’ genoemd) dragen zorg en verantwoordelijkheid voor de gemeente. Hun kerntaak is de taak van het pastoraat. (De ‘vertaling’ van pastor is: herder). Pastoraat is een ander zo ‘hoeden’ dat die ander in Christus gaat geloven en blijft geloven. Daartoe brengen de ouderlingen elk jaar iedereen in hun wijk een bezoek. De ouderlingen dragen medeverantwoordelijkheid voor de inhoud van de verkondiging door de predikanten. Zij dragen zorg voor het toerusten van gemeenteleden dat ook de gemeenteleden omzien naar anderen en getuigen zijn van de goede boodschap die in de Bijbel staat.
De predikant. In de tijd van het ontstaan van de kerk werd aan sommige ouderlingen de taak opgedragen Gods Woord te verkondigen om de gemeente uit dat Woord te onderwijzen. Later in de geschiedenis van de kerk is dat de predikant geworden. Andere benamingen voor de predikant zijn: (be)dienaar van het goddelijke Woord (in het Latijn: verbi divini minister – afgekort v.d.m.), pastor en voorganger. Verkondiging van het evangelie (= goede boodschap) en catechese (= onderwijs) zijn de meest in het oog springende taken van de predikant. Huis- en ziekenbezoek behoren ook tot zijn werk, hoewel ook andere ambtsdragers daarin een taak hebben. Binnen de kerkenraad is de predikant vaak de voorzitter, hoewel dit geen ‘wet’ is.
De diakenen staan voor de “dienst der barmhartigheid” van de gemeente. Deze opdracht is niet in de eerste plaats aan hen alleen opgedragen, maar aan de gehele gemeente en aan al haar leden. De taak van de diakenen is, deze roeping levend te houden in de gemeente. Zij geven voorlichting en leiding daaraan. Hun taak is te omschrijven als: de hulpvraag en het hulpaanbod bij elkaar brengen/ met elkaar verbinden. Bij de hulpverlening wordt nadrukkelijk ook buiten de grenzen van eigen kerkelijke gemeente en van eigen land gekeken.
In de vergaderingen van de kerkenraad wordt ondermeer gesproken over het beleid met betrekking tot kerkdiensten, jeugdwerk, pastoraat, toerusting, algemene financiële zaken, daarbij hebben gemeenteleden ook de mogelijkheid om onderwerpen ter bespreking in te brengen.
De ambtsdragers hebben deze hun taak in nederigheid en onder Gods leiding te volbrengen. In de Bijbel staat de geschiedenis dat Jezus de voeten van zijn volgelingen heeft gewassen. Daarin is Hijzelf het voorbeeld hoe als ambtsdrager te dienen.
Naast deze specifieke ambten is ieder kerklid geroepen om ambtsdrager te zijn, namelijk te staan in het ambt van een gelovige. Dat houdt in dat iedere gelovige meedoet in en meebouwt aan de opbouw van de christelijke gemeente in overeenstemming met de aan hem/haar daarvoor gegeven gaven/capaciteiten. Het specifieke/bijzondere ambt van ouderling, diaken en predikant is geen doel in zichzelf, maar is er om de ambtsdienst van alle gelovigen te dienen.