Elimkerk - Kerkdienst - Preken - Radiopreek
Radiopreek - 16 november 2008
Klik hier om het de preek te downloaden
In de radiokerkdienst lazen we uit de Bijbel Exodus 15:22-27:
Mara en Elim
22 Toen liet Mozes de Israëlieten opbreken van de Schelfzee en zij gingen naar de woestijn Sur; drie dagreizen trokken zij door de woestijn zonder water te vinden. 23 En zij kwamen in Mara, maar zij konden het water van Mara niet drinken, omdat het bitter was. Daarom noemde men die plaats Mara. 24 Toen morde het volk tegen Mozes en zeide: Wat moeten wij drinken? 25 En hij riep luide tot de HERE, en de HERE wees hem een stuk hout; hij wierp het in het water; toen werd het water zoet. Daar gaf Hij hun inzettingen en verordeningen en daar stelde Hij hen op de proef, 26 terwijl hij zeide: Indien gij aandachtig luistert naar de stem van de HERE, uw God, en doet wat recht is in zijn ogen, en uw oor neigt tot zijn geboden en al zijn inzettingen onderhoudt, zal Ik u geen enkele van de kwalen opleggen, die Ik de Egyptenaren opgelegd heb; want Ik, de HERE, ben uw Heelmeester.
27 Daarna kwamen zij in Elim; daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich daar aan het water.
We lazen ook Mattheüs 11:28-30:
28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; 29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.
De tekst voor de preek is Exodus 15:27: “Daarna kwamen zij in Elim; daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich daar aan het water.”
Gemeente, beste luisteraars,
Afgelopen zomer liepen we een pelgrimsweg. Nee, niet de beroemde Camino in Noord-Spanje. Zó ver zijn we nou ook niet weg geweest. Een andere pelgrimsweg. Ook een kortere. Twee uurtjes heen en terug. Langs die pelgrimsweg stonden bordjes met een spreuk erop. De ene spreuk was diepzinniger dan de andere – soms wat vaag, een andere keer heel duidelijk. Er was er in ieder geval één, die bij me bleef haken. Deze: “de tijd is geen autobaan tussen de wieg en het graf”.
Ja, dat is een doordenkertje: de tijd is geen autobaan tussen de wieg en het graf. Het staat haaks op ons levensgevoel en levenstempo. “Ik ren, dus ik bén” schijnen veel mensen te denken. Dat is een variatie op “Ik denk, dus ik ben”. En dát is een uitspraak van een groot denker enkele eeuwen geleden. “Ik denk, dus ik ben”, zei hij en daarna kreeg je de tijd van de ratio, van de rede. Het verstand van de mens zat op de troon en alles wat niet verklaard kon worden, moest de prullenbak in. Vandaag is het veel meer: “Ik rén, dus ik ben”. Snel carrière maken. Vlug van de ene kick naar de andere. Want we willen niets missen. Sommige mensen hebben geen tijd om hun vrije dagen op te maken. Toppunt van “ik ren, dus ik bén” is het spitsuur in het gezin. Vader en moeder zijn net thuis, of ze kunnen al weer op stap om de kids weg te brengen. Michelle naar dwarsfluitles, Rick naar de sport – bij ons in Papendrecht is dat meestal korfbal – en nou zouden we de zwemles van Mariska nog bijna vergeten. Wat is het druk. Wat moeten we veel. En wat willen we veel níet míssen. Wil je er werkelijk zijn en er toe doen, dan moet je wél zoveel mogelijk gedaan en beleefd hebben, toch?
Je loopt jezelf voorbij. Totdat je jezelf tegenkomt. Bij de dokter. Burn-out, meneer, mevrouw – als het tenminste je kind niet is, dat de druk van het leven en de verwachtingen niet aankon. Burn-out luidt de diagnose en voorlopig kun je aan de kant gaan staan.
De Bijbel heeft vandaag het medicijn voor volksziekte nr. 1 – de stress.
En dat medicijn is: een oase. Verademing. Verkwikking. Daarover gaat het in deze dienst.
Aan het begin van de dienst bent u en jij welkom geheten. Welkom geheten vanuit de Elimkerk. Onze kerk draagt een naam van een plaats uit de Bijbel. Namelijk de van de plaats Elim. Nu kan ik me voorstellen dat je die naam niet kent. Als het nou Jeruzalem of Bethlehem was..... Elim, waar slaat dat eigenlijk op?
Nou, Elim is een plaats, die het volk Israël aandoet. Op de reis van Egypte naar Kanaän. Je zult wellicht weten dat God Israël uit Egypte bevrijd heeft. Een beslissende gebeurtenis was het voor het volk Israël. Ook een beslissende daad van God. “Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, uitgeleid heb”. Zo klinkt het meerdere keren in de Bijbel en zo staat het ook boven de verbondsovereenkomst, die God met zijn volk sluit.
Bevrijd uit Egypte. Het volk is nu onderweg naar Kanaän. Ze zijn op weg.
Zoals u, jij en ik ook onderweg zijn. We maken de reis door het leven en we gaan ergens naartoe.
Op de reis naar Kanaän komt Israël dus in Elim. En Elim is een oase in de woestijn. Er zijn twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Twaalf en zeventig: dat zijn de getallen, waarmee het begin van Israëls bestaan omgeven is. Twaalf zonen van Jacob komen in Egypte; zeventig mensen in totaal. Twaalf waterbronnen in Elim en zeventig palmbomen. En straks bij de verbondssluiting bij de Sinaï in hoofdstuk 24: twaalf opgerichte stenen overeenkomstig de twaalf stammen van Israël en zeventig oudsten, die met Mozes en Aäron opklimmen en met Hem de verbondsmaaltijd vieren.
Twaalf en zeventig. Geen toevallige getallen. Twaalf: dat is compleet. Zeventig: dat is tien keer zeven; tien keer het getal van de volheid; tien keer allemaal; en eindeloos goed. Twaalf: dat is het volk als geheel; en zeventig: dat is: het is voor iederéén persoonlijk. Niemand valt er buiten. Er is voor allemaal wat.
Twaalf bronnen, zeventig palmen, tentje aan het water. Super! Eindeloos gaaf, deze oase in de woestijn. Midden in de woestijn een plaats van verkwikking: een bijna paradijselijke plek. In het hart van de woestijn verkwikt God zijn volk; zorgt Hij voor verademing.
Nu, dát wil dat woord Elim dus zeggen: In het hart van de woestijn verkwikt God zijn volk.
En dat is nu púre genade van God. Waarom? Nou, het volk Israël was net behoorlijk de mist in gegaan. Bij Mara. Drie dagen waren ze onderweg geweest zonder daar in de woestijn water te vinden. Je kunt je voorstellen dat ze versmachtten van de dorst. “Nog geen water ....!” Dan komen ze bij Mara. Há, water! Ze stormen er op af, nemen een slok maar spugen het net zo hard weer uit. Bah, bitter! Daarom heet die plaats Mara, dat is bitterheid. Wat een teleurstelling. Trek je op Gods bevel uit Egypte en dan dit....
Misschien hebt u, gemeente, luisteraars, ook wel zo’n Mara in het leven. Het leven bracht je niet wat je er van verwachtte. Teleurstellingen zijn je overkomen. Je bent in de steek gelaten. Ze zien je niet staan en je voelt je eenzaam. Er is een bitter verdriet, dat je met je meedraagt. Je verloor iemand, aan wie je gehecht was en aan wie je met alle vezels van je bestaan hing. Misschien tob je met een lichamelijke of psychische kwaal; elke dag loop je tegen grenzen aan. Het leven smaakt bitter, om wat voor reden dan ook.
O nee, laten we niet doen of alles kommer en kwel is. Het leven kan je ook toelachen – je mag van het leven genieten, wanneer God je overlaadt met het goede uit zijn handen. Maar dat goede leven wordt van alle kanten bedreigd – door ziekten en door spanningen in de wereld.
En wat er allemaal van je gevraagd wordt: je kunt er emotioneel uitgeput van raken. Opgebrand en opgedroogd. En waar is God in die woestijn van het leven?
Bij Mara komt Israël in een kredietcrisis. O nee, denk nu niet aan geld of de lucht van beleggingen. Krediet komt van het Latijnse woord credere, credo, en dat betekent: ik geloof, ik vertrouw. Israël raakt in een vertrouwenscrisis. Er wordt geschud aan het vertrouwen op God. “Wat moeten wij drinken?” roepen ze. “Waarom zorgt God niet goed voor ons?”
Ze morren; ze mópperen en beklagen zich. Ze stonden al niet te trappelen om uit Egypte gered te worden. “Laat ons met rust”- hadden ze ook toen al tegen Mozes en Aäron geroepen – ze hadden niet zitten wachten op Gods manier van redden – maar ze hebben natuurlijk helemaal niet gevraagd om deze moeilijkheden in de woestijn. Als het aan hen had gelegen, waren ze rustig in Egypte gebleven.
Ja, je zit er echt niet op te wachten dat God je roept; dat Jezus je roept om Hem te volgen. “Laat me alsjeblieft met rust”, denk je misschien wel, als het over God gaat. Gelukkig maar dat God niet wacht op ons, totdat wij er aan toe zijn of zo, maar dat God met Israël wilde beginnen. En dat Hij ook met u, jou en mij wilde beginnen of wíl beginnen. Want ook vandaag wil God zijn reddende handen nog uitsteken.
Vertrouwenscrisis bij Mara dus. God beproefde zijn volk aan het begin van de woestijnreis: zal het op Mij vertrouwen en zal het Mij gehoorzamen door op mij te vertrouwen? Israël zakte voor deze test, maar God deed zijn volk niet van de hand. Hij maakte het bittere water zoet en liet zo zien dat ze op Hem konden vertrouwen. Hij gaf ze niet hun verdiende loon, maar Hij vérgaf hun wantrouwen en hun opstandigheid. Dát is nu Gods genade: Hij geeft je níet wat je verdient en Hij geeft wat je niet verdient.
De Here leerde zijn volk dat het op Hem kon vertrouwen.
Het is een training in vertrouwen en gehoorzaamheid.
Na die training, na die genade komen ze in Elim, waar God zijn volk verkwikt, waar het vertrouwen nog verder gevoed wordt.
Maar, zul je vragen, hoe geeft God vandaag een oase in de woestijn? Hoe geeft God vandaag verkwikking? Dat verhaal van Israëls reis door de woestijn is wel een mooi verhaal – je kunt eruit aflezen hoe het gaat tussen God en zijn mensen en je leert er de trouw van God aan ontrouwe, wantrouwige mensen uit kennen, maar we willen toch wel graag weten hoe God vandaag ons verkwikt in de woestijn van het leven.
Wel, dat doet God door Jezus Christus. God heeft Hém gegeven als de ware, de echte bron. Hij is de bron van levend water, de bron van stromen van zegen en de bron van de grote verkwikking.
Deze Jezus werd aan het begin van zijn optreden – net als Israël - in de woestijn op de proef gesteld. Zal Hij trouw blijven aan God de Vader en aan de opdracht die Hij van de Vader gekregen heeft? Glansrijk doorstond Jezus die test. En Hij bleef trouw aan God aan het kruis op Golgotha, toen God er niet was voor Hem; toen Hij Gods oordeel over onze god-loze manier van leven droeg; toen Hij het weer goed maakte tussen God en mensen. Deze Jezus opent voor u, jou en mij de weg naar God. Ja, Hij ís de weg naar God; de enige weg.
Hij is ook de bron, waaruit je kunt drinken voor echte levensvervulling. Ja, voor echte levensvervulling. Want wij zijn zo geschapen, dat alleen God zelf ons hart echt kan vervullen. Al het andere is surrogaat, dat geen echte bevrediging geeft.
En het is tragisch, ja het is zonde, want we missen er het doel van ons leven mee – het is zonde dat we denken: “ik ren, dus ik ben”. Alsof echt leven ligt in zoveel mogelijk dingen doen en beleven. We werken zo hard mogelijk om zoveel mogelijk vrije tijd te hebben en in die vrije tijd moeten we zoveel mogelijk doen om maar niets te missen. Deze zin, gemeente, luisteraars tekent de hektiek van ons leven – het voortgejaagd worden; het jezelf voortjagen van het één naar het ander. Zonde!!
Komt allen tot Mij, zegt Jezus, komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
Ik ben de bron, Ik geef je diepe levensvervulling. Ik breng je tot je bestemming, namelijk tot die bestemming dat je met God leeft; dat je vanuit Mij vrucht draagt voor God en anderen. Komt allen tot Mij, zegt Jezus, en ik zal u rust geven.
Nee, dat is niet de rust van lekker lui achterover leunen. Die rust roest.
”Léért van Mij”, zegt Jezus. En dan krijgen we onderwijs van Jezus. Onderwijs in discipelschap. Onderwijs in Gods wet. En dat is een ópkikker. “Volmaakt is ’s Heren wet, die ons verkwikt en redt, waarbij de ziel herleeft” zongen we uit psalm 19.
Elim is de oase in de woestijn. God verkwikt zijn volk. Het wijst naar Jezus Christus. Hij is de bron van ons leven. Hier, in de Elimkerk, putten we elke zondag uit die bron. Om kracht te krijgen voor de reis door de woestijn. Want de reis gaat wel verder. Die bron, Jezus, is er ook voor u en jou.
Elke zondag, op de dag dat we op adem mogen komen, wil God in deze oase in de tijd verademing geven doordat wij ons toevertrouwen aan Jezus. Hij redt van de slavernij dat je zo nodig veel moet doen; Hij geeft rust doordat Hij je tot je bestemming brengt.
In Elim staan zeventig palmbomen. Sommigen zeggen dat de palmboom het symbool is van het eeuwige leven. In Elim breekt het eeuwige leven door – het is het voorportaal van het paradijs. En eeuwig leven is – naar de woorden van Jezus zelf – dat je God kent en Jezus die door God gezonden is. Elim: voorportaal van het paradijs. Want we zijn op weg naar het paradijselijke nieuwe Jeruzalem, waar de bomen van het eeuwige leven staan langs de rivier van water des levens. Als je Jezus volgt, ben je op weg dáár naartoe. Een fantastische bestemming. Je volgt Jezus toch wel? Je vertrouwt je toch wel aan Hem toe? Jezus roept je daartoe op en ik vraag je in Jezus’ naam: ga de weg achter Jezus aan; drink uit de bron Jezus. Dat is geen bitter water, maar heerlijk, helder water.
Ik begon met die spreuk langs een pelgrimsweg: “De tijd is geen autobaan tussen de wieg en het graf”.
Maar dat was nog niet de hele spreuk. He hele spreuk is zó: “De tijd is geen autobaan tussen de wieg en het graf, maar plaats om te parkeren in de zon”. Parkeer in de zon. Dan denk ik, en zo wil ik het maar toepassen: in de zon van Gods liefde en genade in Christus. Parkeer in de zon. Anders gezegd: Zoek Elim: Gods oase in de woestijn. In het hart van de woestijn verkwikken en laven Gods hemelse gaven.
AMEN
Na de preek zongen we een paar verzen van Lied 14 uit het Liedboek voor de Kerken;
o.a. vers 4:
De Heer is mijn Herder!
In ’t hart der woestijn
verkwikken en laven
zijn hemelse gaven;
Hij wil mij versterken
met brood en met wijn.