Elimkerk.nl  Christelijke Gereformeerde Kerk

Elimkerk - Kerkdienst - Preken - Ziekenzalving


Ziekenzalving
- 9 maart 2008


Klik hier om het de preek te downloaden



Preek over ‘Ziekenzalving’ - Jacobus 5: 14-16. Gehouden op 9 maart 2008
 
Tekst
 
“Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten van de gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Here. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkaar uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.”
 
Preek
 
Ik wil vanmorgen beginnen met een verhaal. Ik heb dat verhaal ooit eerder wel eens verteld. Maar ik had al lang de gedachte: als ik preek over de ziekenzalving, dan wil ik dat verhaal nóg eens vertellen.
Het verhaal gaat zo: Een vrouw reisde de hele wereld af op zoek naar de ware God. Op één van haar reizen deed zij een klooster aan. Zij belde daar aan en vroeg: “Kunt u mij vertellen of uw God ook wonderen doet?” De kloosterling, die haar te woord stond, antwoordde: “Dat hangt er maar vanaf wát u een wonder noemt. Sommige mensen denken namelijk dat het een wonder is, als God doet wat mensen vragen. Een wonderbaarlijke genezing bijvoorbeeld. Je vraagt herhaaldelijk aan God om genezing en je noemt het een wonder, als God dan doet wat wij vragen.
Maar – zo zei de kloosterling verder – wij geloven dat het een wonder is als mensen doen wat God vraagt. Niet dat God doet wat mensen vragen, maar dat mensen doen wat God vraagt. Dat is een wonder. Is het niet een groot wonder als een tegendraads mens zich bekeert, een nieuwe gezindheid krijgt en verlangt om te doen wat God vraagt?”
Tot zover ongeveer het verhaal.
 
Waarom dit verhaal? Wel, als we het over de ziekenzalving hebben, dan is het maar een klein stapje om te denken aan genezing, lichamelijke genezing; eventueel een wonderbáárlijke genezing.
Maar dan is de vraag: Wát voor wonderen verlangen wij eigenlijk? Een wonder dat God doet wat wij vragen of het wonder dat wij doen wat Gód vraagt? En verlangen wij dan in de eerste plaats het wonder dat wij doen wat goed vraagt? Met andere woorden: wat is voor ons het belangrijkste? En is voor ons het belangrijkste wat het belangrijkste moet zijn, namelijk dat in ons leven het wonder gebeurt dat wij doen wat God vraagt?
 
Die vraag klemt te meer, omdat wij in een cultuur leven, waarin het gezondheidsideaal hoog in het vaandel staat. In reclameboodschappen wordt ons een rimpelloos bestaan getekend, waarin geen plaats is voor ziekte of ziek zijn. We zien in de reclame graag een vitale opa en oma die ravotten met hun kleinkinderen in een zonovergoten tuin bij een huis dat gekocht is van hun wijs belegde spaarcentjes.
Het ideaal is: een rimpelloos bestaan. Het is één stapje verder om te denken dat wij récht hebben op gezondheid. En als de medische techniek ons dat niet kan geven, dan moet God maar het wonder doen dat Hij doet wat wij vragen.
Ik besef dat ik het heel zwart-wit teken, maar dat is om het duidelijk te maken. Het kan wel eens zo zijn dat veel aandacht in de kerk voor (de gave van) lichamelijke genezing samenhangt met het gezondheidsideaal in onze cultuur. Alsof er geen ziekte kan en mag zijn.
 
En natuurlijk: iedereen wil graag gezond zijn. Ik ook. En als je ziek bent dan wil je graag beter worden. Want ziek zijn is het kruis van de ziekte dragen. En soms is dat een heel zwaar kruis, waar je bijna onder bezwijkt. En wat kun je dan verlangen naar herstel en genezing!  En wat geeft het een pijn en verdriet als genezing uitblijft! Laten we daar niet gering over denken. Het verlangen naar gezondheid is een heel natuurlijk verlangen; en dat verlangen hoeven we niet weg te werken.
Maar toch blijft de vraag: wat is het belangrijkste? Het wonder dat God doet wat wij willen of het wonder dat wij doen of gáán doen wat God wil.
 
De aandacht voor ziekenzalving en genezing zou dus kunnen samenhangen met onze belevingscultuur en met het gezondheidsideaal, maar – en dat mogen we toch ook heel nadrukkelijk zeggen: meestal zien we dat het een uiting is van een oprecht geloofsverlangen naar heling van het leven voor Gods aangezicht. En daarom willen we er ook mee bezig zijn. Er is een belangstelling voor ziekenzalving, waarin je merkt een oprecht geloofsverlangen – een verlangen dus, uitgegeven door de omgang met de Here en zijn Woord – een oprecht geloofsverlangen naar heling van het leven voor Gods aangezicht. Want dáárom gaat het: om dat leven voor en met de Here. Dat dát geleefd kan worden en dat je dáárvoor gesterkt wordt.
 
En dan willen we even stil staan bij het woord heling en meteen onze vertaling van Jacobus 5:15 een beetje corrigeren. Daar staat: “en het gelovig gebed zal de lijder gezond maken”. Bij dat ‘gezond maken’ denk je natuurlijk meteen aan lichamelijke genezing. Mar nu doet zich het opmerkelijke voor dat het woord dat hier in de grondtekst staat, verderop in dit hoofdstuk heel anders vertaald wordt. In vers 20 staat: “weet, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden”. ‘Behouden’: dan denken we aan eeuwige redding. In de grondtekst staat hier hetzelfde woord als in vers 15: Het gelovig gebed zal de lijder gezond maken.
Je vraagt je af: waarom wordt dat woord niet met 2 keer hetzelfde woord vertaald – en hoe zou je het het beste kunnen vertalen?
Misschien kunnen we het beste het woord helen, heel maken kiezen.
 
We maken even een  klein uitstapje.
Dit woord in de grondtekst komt ook voor aan het eind van de geschiedenis van de ontmoeting van Jezus met Zacheüs. Die oppertollenaar. Jezus zegt dan: “De Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden”. Redden: in de grondtekst staat weer datzelfde woord. En bij het woord ‘redden’ denken we dan: Zacheüs is nu voor eeuwig gered, omdat hij Jezus heeft leren kennen. En dat zal ongetwijfeld waar zijn, maar daar gaat het in deze geschiedenis niet om. Het gaat niet om vergeving en in de hemel mogen komen – daar wordt in dat verhaal van Zacheüs helemaal niet over gesproken. Bij Zacheüs gaat het al helemaal niet om lichamelijke genezing, want hij was niet ziek. Nee, het leven van Zacheüs was geheeld, heel gemaakt. Wat was er dan kapot bij Zacheüs? Dat hij de liefde van God niet had. Dat hij zo’n verschrikkelijke graaier was, een geldwolf en afperser. Maar hij wordt geheeld: de graaier wordt een gever. “Here, de helft van mijn bezit geef ik de armen en als ik iemand iets heb afgeperst, dan vergoed ik het viervoudig” zegt hij. Jezus heeft op dit punt zijn leven heel gemaakt.
 
Helen: dat is dus het woord ook voor Jacobus 5:15 en dan moeten we maar open laten hoe – op wat voor manier die heling zal komen.
 
We kijken ook nog even naar het slot van dit vers. Onze vertaling staat: en de Here zal hem ‘oprichten’. ‘doen opstaan’ staat er eigenlijk. En dat ‘doen opstaan’ kan van alles betekenen. Bijvoorbeeld dat de Here nieuwe moed en krachten geeft. Er zijn ook Bijbelvertalers die zeggen dat we bij dat ‘doen opstaan’ moeten denken aan de opstanding uit de dood; aan uiteindelijk herstel door de dood heen.
 
En wat wil ik met dit alles zeggen? Nou, dat Jacobus niet zo op lichamelijke genezing gefocust is, als wij misschien denken. In onze vertaling lijkt het daar wel daarop, maar het ligt dus even anders.
Onthoud het woord ‘heling’ maar – en dan moeten we dus maar openlaten op welke manier de Here heling zal geven.
 
Want niet lichamelijke genezing is het hoogste doel in dit leven, maar het hoogste doel is om in alle levensomstandigheden de verbondenheid met Christus te kennen en daaruit te leven.
 
Dat we mogen en moeten openlaten op welke manier de Here heling wil geven, dat komt ook uit in de woorden die bij een zalving uitgesproken worden. De woorden die bij een zalving uitgesproken worden zal ik even noemen, dan weet je tegelijk wat er gezegd wordt. Bij de zalving zelf worden het voorhoofd en de handpalmen van de zieke gezalfd en daarbij wordt gezegd: ik zalf u in de Naam van de Heer Jezus Christus, opdat u de zalving van de Heilige Geest zult ontvangen, tot heling van al uw zwakheden naar ziel, geest en lichaam. Ja, naar ziel geest en lichaam. Die volgorde is veelzeggend. Eerst de ziel, dan de geest en dan het lichaam.
En herstel van de relatie met God in de vergeving: dat heeft te maken met de ziel. Kracht om verder te gaan, dat heeft te maken met je geest en je geestkracht. En tenslotte zal de Here doen wat goed is voor ons lichaam.
 
Verder moeten we duidelijk voor ogen hebben dat gebed de hoofdzaak is. In het Bijbelgedeelte van vanmorgen wordt zes keer over het gebed gesproken, tegenover slechts één keer over zalven. Daaruit blijkt wel dat de nadruk op het gebed moet liggen. De zalving staat duidelijk op de tweede plaats, al is de zalving niet onbelangrijk.
Alle nadruk moet op het gebed vallen. Bidden drukt  - als het goed is -  bidden drukt diepe afhankelijkheid van de Here uit. Al onze verwachting is op de Here gericht, op de werking van zijn Geest; op de heelheid die Christus wil geven. Een gelovig gebed toont afhankelijkheid van de Here en wij mogen veel van de Here verwachten. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt, staat er in ditzelfde Bijbelgedeelte. De kracht zit niet in de bidder zelf, maar de Here geeft kracht aan het gebed. Híj is het ook die de zieke wil doen opstaan. Wij kunnen nergens over beschikken en we kunnen ook niets claimen alsof we ergens recht op hebben. En gebed of zalving werken helemaal niet automatisch of magisch, alsof wij het kunnen regelen. Uiteindelijk is het de Here Zelf die de zieke wil oprichten.
Het gebed van een rechtvaardige vermag veel – onze verwachting van God bij het gebed mag dan ook hooggespannen zijn. Maar we moeten ook beseffen dat het gebed wel veel vermag, maar niet alles. En we mogen weten dat als je bidt dat je er dan beter aan toe bent, ook al wordt je lichámelijk niet beter.
 
Wat bij Jacobus ook heel duidelijk is, dat is dat er een onlosmakelijk verband is tussen vergeving in heling. Vers 15: “en als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden”. “Als” -  dat wil zeggen: “voor het geval dat”. Jacobus zegt hier dus niet dat er altijd een relatie is tussen de ziekte van de zieke en een zonde van een zieke, maar Jacobus zegt dat er die relatie zou kunnen zijn. Maar dan mag en moet er bij schuldbelijdenis en vergeving begonnen worden. In ieder geval zegt Jacobus: belijdt elkaar uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing ontvangt. In deze woorden is het verband tussen schuldbelijdenis en heling -  tussen vergeving en genezing zonneklaar.
 
En dat elkaar schuld belijden, dat geldt niet allen de zieke en de oudsten, maar dat geldt heel de gemeente. Een gemeente, waarin we de zonde een plaats geven, zonder er tegen te vechten, kan nooit een genezende gemeenschap zijn. Een gemeente, waarin veel halfslachtigheid en lauwheid is, ook niet. Een gemeente waarin we elkaar niet vermanen vanwege de zonde, waarin we op zo’n manier met de zonde hebben leren leven dat we eigenlijk niet geloven in het stralende nieuwe leven dat Jezus uitdeelt, kan geen gezonde gemeenschap zijn.
 
Zo bezien is ‘zalving’ niet een nieuw interessant discussieonderwerp, maar een heel directe aanleiding om onszelf als gemeente te onderzoeken. Zien we in ons midden en in ons eigen leven lauwheid, bitterheid, onopgeloste conflicten, materialisme, geestelijke gearriveerdheid? Dat zijn de signalen van een ziek lichaam van Christus. Laten we het aandurven om zonden te benoemen en daarmee te breken. Laten we verbroken harten hebben, die openstaan voor Jezus’ genade. Dan komt er genezing op gang. Goddelijke genezing, naar geest, ziel en lichaam.
Er zou ruimte moeten zijn voor belijdenis van zonden, tegenover oudsten of tegenover elkaar. Dat kan alleen in een sfeer van vertrouwelijkheid; in een goed geestelijk klimaat, vol liefde, vertrouwen en barmhartigheid. Zonder dát is er van een echte toepassing van Jacobus 5 eigenlijk geen sprake.
 
Wat wil de zalving eigenlijk zeggen? Waarvan is dat het teken? De zalving mag gezien worden als een teken van Gods nabijheid. De nabijheid, die God beloofd heeft en die zegenend werkt. Het is het symbool van het werk van de Heilige Geest. Maar de zalving betekent ook een toewijding van je leven aan de Here. Het is een jezelf helemaal aan God toevertrouwen, opdat Hij zal doen wat goed is. Toewijding van je leven aan de Here dus. Opnieuw zien we dat het hoogste doel niet genezing op zichzelf moet zijn, maar het verlangen om aan de Here toegewijd te leven.
 
Werkt’ de zalving? Werkt de zalving wat uit?
Wij mogen verwachten dat de Here door de zalving werkt. Zijn ontfermende en zegenende nabijheid zal – hoe dan ook – wat uitwerken. We bidden in het vertrouwen op de Here dat de zieke er ‘beter’ van wordt.
Hoe dat ‘beter’ gestalte krijgt, weet niemand vooraf. Dat wordt in vertrouwen overgegeven in Gods handen. De uitwerking is heel verschillend; de ene zieke ervaart moed en kracht. Een ander leert zich restloos aan God toe te vertrouwen. Weer een ander leert zijn ziekte te aanvaarden en een moeilijke weg te gaan. Sommigen komen tot geloofsvernieuwing en anderen genezen.
Hoe de Here wil helen, dat laten we in de vrijmacht van de Here. Sommige mensen zeggen: alle ziekte komt van de duivel; God wil de ziekte niet en als je niet geneest, dan komt dat omdat je geloof niet groot genoeg is – of omdat je zonde in je leven laat zitten. Met die stelling zadel je mensen op met schuldgevoel en twijfels. Maar dat niet alleen; die stelling is eenzijdig Bijbels en daarom on-Bijbels. De suggestie dat bij een gelovig gebed altijd genezing hoort – dat is anticiperen – vooruitgrijpen op de volmaakte wereld die komt. En die is er nu nog niet. Nu leven we nog in een gebroken wereld.
Elke wonderlijke genezing door God is een teken dat het Koninkrijk der hemelen in Jezus Christus is gekomen. Maar elk teken wijst ook heen naar de toekomst, wanneer de volheid van dat koninkrijk zal komen. Dan zal niemand meer zeggen: ik ben ziek.
 
AMEN