Elimkerk - Column
Vrijheidsdwang
In de auto luisterde ik even naar een uitzending op de radio over een voorleesboek dat dienst mocht doen op de nationale voorleesdagen. Een zeker politica vond het nodig om haar grote bezorgdheid uit te spreken over christelijke ouders die hun kinderen niet uit dat boek wilden voorlezen. De reden voor hen was de onchristelijke of antichristelijke inhoud. Mevrouw vond dat zoiets toch eigenlijk niet moest kunnen. Stel je voor, ouders die hun kinderen niet laten kennismaken met de wereld van de magie, met andere vormen van liefde dan die tussen man en vrouw. Dat moest verboden worden. Zulke ouders onthouden hun kinderen een stuk vrijheid. Blijkbaar was voor mevrouw vrijheid een begrip dat ingevuld moet worden als ‘leven zonder beperkingen’. Ik kon niet reageren, maar anders had ik haar gevraagd of ze haar kinderen toch wel zonder enige beperking alles liet onderzoeken. Of dat nu een graai in de snoeptrommel is of gewoon eens even lekker de vijver inlopen. ‘Nee, alsjeblieft geen beperking van de vrijheid, mevrouw’. Bovendien had ik haar willen zeggen dat haar opmerkingen de vrijheid van christenen aan banden wil leggen. Dat lijkt me vreemd als je vindt dat vrijheid grenzeloos betekent. Maar waar ik vooral zin in kreeg was om deze mevrouw te gaan voorlezen uit een boek waarin het gaat over vrijheid.
Vrijgemaakt
Het gaat me om deze dwaze gedachten rond vrijheid. Stel je voor dat ‘Wakker Dier’ ineens tot het besef komt dat vissen erg begrensd moeten leven. Ze worden immers beknot in hun vrijheid: alleen maar in het water leven en binnen die grenzen moeten ze blijven. Laat die dieren ook eens een poosje op het land leven. Waarom onzin? Omdat die vissen zich als een ‘vis in het water’ voelen overeenkomstig hun natuur. Hun hele bouw is gericht op deze bestemming: leven in het water. En laat nu de mens ook een bepaalde natuur hebben en een specifieke bestemming. Hij kan alleen leven binnen die gestelde grenzen. Leven in vrijheid is leven overeenkomstig je bestemming. Is het wonder dat de Bijbel spreekt over ‘dood in zonden en misdaden’, omdat we de ons door God gegeven grenzen overschrijden? Een mens zonder God is een vis op het droge. Dat is de vrijheid zonder grenzen: dood. Deze vrijheid schenkt de duivel. Vrijgemaakt door de Zoon beginnen we te leven in de zalige vrijheid die eigen is aan de kinderen van God. Is het dus een teken van kinderlijk leven wanneer we onze gemeenschappelijke kerkorde als beknotting zien van onze plaatselijke vrijheid? Staat de gereformeerde belijdenis de ‘vrijheid van exegese’ in de weg? Een kerk zonder grenzen is als een vis op het droge ... Vrijgemaakt, levend gemaakt? Dan: leve de vrijheid!
M.J. Kater (uit de wekker)